Kinder Podologie

Kinder podologie

Bij kinderen komen over het algemeen niet echt voetklachten voor, dat wil zeggen dat de kinderen het zelf niet als hinderlijk ervaren. Vaak zijn het de ouders die zich zorgen maken over bijvoorbeeld de stand van de voeten, knieën en looppatroon.
Veel van deze gevallen behoren tot het normale groeiproces en geruststelling is al vaak
voldoende.

Er zijn natuurlijk wel gevallen waarbij ingrijpen wel verstandig is. Bijvoorbeeld als het kind zere of vermoeide voeten heeft na een dag lopen,veel valt of struikelt, of als het kind niet graag loopt, rent en speelt. Bij dit soort klachten moet er een alarmbelletje gaan rinkelen. Vaak zijn deze klachten relatief eenvoudig te verhelpen, namelijk met een individueel vervaardigde steunzool. Daarnaast zijn er ook aandoeningen die veelvuldig en alleen bij kinderen in bepaalde leeftijdscategorieën zich voordoen.

Als er sprake is van pijn en als u twijfelt over de stand van de voeten / houding van uw kind is het verstandig om er toch even naar te laten kijken.

De rol van de registerpodolooog

De registerpodoloog is het adres waar de huisarts in eerste instantie de ongeruste moeder naartoe kan verwijzen. Die kan vaak met een geruststellend consult uitleggen hoe het zit met het verschil tussen pathologie en variaties in groei en kent het terrein van klachten die voortkomen uit normale variaties in het fysiologische proces.

De meeste kinderen kunnen na zo´n consult met een individueel advies gerustgesteld weer naar huis, soms wordt afgesproken om een periodieke meting te verrichten om het groeiproces te volgen. Er is een groep die met een kleine aanpassing aan de schoen weer verder kan. Zijn er wel steunzolen geïndiceerd kan de registerpodoloog die aanmeten en vervaardigen. Zo nodig multidisciplinair, waarbij de registerpodoloog samenwerkt met de fysiotherapeut, Cesartherapeut, huisarts en de orthopedisch schoenmaker.

 

Groeipijnen

Groeipijn treedt op in het midden van de nacht. Het kind wordt wakker en klaagt over pijn      in de beide benen. De frequentie kan één á tweemaal per week zijn gedurende een aantal maanden. Deze klacht komt bij ongeveer 10% van de kinderen voor en aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Kinderen die langer dan een paar dagen pijn hebben, pijn in één been gelokaliseerd of ook overdag opspeeld, bewegingsbeperking of bewegingspijn hebben, daarbij is aanvullend onderzoek noodzakelijk.                                                                                             Criteria voor groeipijn :

  • bilateraal optredende pijn in de onderste extremiteiten (twee zijdig)
  • alleen sprake van nachtpijn
  • geen mankend looppatroon of pijn gedurende de dag

 

Gangafwijkingen bij het kind

 Veelvuldig vallen

Tot op de leeftijd van 3 á 4 jaar is veelvuldig vallen normaal. Kleuters draaien en keren voortdurend tijden het lopen en spelen en raken zo makkelijker uit evenwicht, heffen de voeten minder hoog op waardoor ze sneller zullen struikelen. Tenslotte is de myelinisatie van het zenuwstelsel niet volledig.

 

Teengangers

Soms lopen kinderen op de tenen vanaf het ogenblik dat ze kunnen stappen. Dat is heel normaal voor het ontwikkelen van de mediale spiergroep de tenen en de ontwikkeling van de balans ( 3 tot 5 jaar), ook heeft het te maken met het ontwikkelen van de hersenen. Mensen die dement worden, gaan op de hakken lopen en gebruiken de tenen niet.

In stand raken de hielen van het kind meestal de grond. De meeste van hen kunnen op verzoek van de onderzoeker of ouder de hiel goed aan de grond brengen. Als het kind goed zijn best doet, kan het ook een normaal hiel-teen-afwikkelpatroon uitvoeren. Meestal gaat het om gezonde kinderen, met misschien congenitaal (aangeboren) verkorte achillespezen. Stretchoefeningen kunnen  door de ouders worden aangeleerd en uitgevoerd. Gewoonlijk verdwijnen de symptomen tegen de leeftijd van 3 á 4 jaar. In zeer zeldzame gevallen is een achillespeesverlenging nodig. Wel moet u letten op tekens van spasticiteit, extrapiramidale symptomen en hypertonie.

 

Platvoeten (Pes Planus)

Wat zijn platvoeten?

Bij platvoeten is de binnenzijde van de voetzool verstreken en de hiel staat iets naar buiten gekanteld (valgusstand). Wanneer het kind bij de ouder op schoot zit en de voeten slap en ontspannen laat hangen ontstaat vrijwel altijd weer een situatie waarbij de voet hol wordt. Men spreekt dan van een soepele platvoet. Er wordt vaak gedacht dat een soepele platvoet een afwijking is en waar iets aan gedaan moet worden. Het tegendeel is waar. Een soepele platvoet is zelden van betekenis en onnodige behandeling dient te worden voorkomen. Kinderen met platvoeten klagen daar in de regel niet over. Steunzolen en schoenaanpassingen beìnvloeden het natuurlijk verloop van de platvoet niet. Het adviseren en voorschrijven van steunzolen, schoenaanpassingen en voetoefeningen is niet nodig. Als door platvoeten de binnenzijde van de schoen snel versleten of afgetrapt zijn kan het helpen om schoenen te kopen met een stevig hielstuk. Zijn er wel klachten zoals vermoeide voeten, pijnlijke benen, dan kan de registerpodoloog steunzolen aanmeten.

De meeste kinderen tot de leeftijd van 2 jaar hebben soepele platvoeten. Op de leeftijd van twee tot 5 jaar komt de platvoet bij 30% á 40% van de kinderen voor. Tussen vijf en twaalf jaar bij 10%. Nog maar 3% á 4% van de volwassenen heeft een soepele platvoet. Dus 95% herstelt spontaan.

In uitzonderlijke gevallen is er geen sprake van een soepele platvoet, maar van een zogenaamde contracte platvoet. Ook bij deze platvoet is het lengtegewelf aan de mediale zijde verstreken en bestaat er een valgusstand (hiel iets naar buiten gekanteld) van de achtervoet. In tegenstelling tot de soepele platvoet hersteld bij de contracte platvoet het lengtegewelf zich niet als het kind zit met afhangende voeten zit/ligt of op de tenen staat. Het voetgewelf wordt aan de binnenzijde niet hol, maar blijft verstreken. De contracte platvoet wordt veroorzaakt door een abnormale benige overbrugging tussen de voetwortelbeenderen. Één van de vier kinderen heeft geen klachten. Als er klachten ontstaan, dan doen deze zich meestal voor vanaf het achtste levensjaar tot aan het begin van de volwassenleeftijd. Neemt u hiervoor contact op met uw huisarts. Ook de stijve contracte platvoet hoeft bij de afwezigheid van klachten meestal niet behandeld te worden. Wel dient het kind voor nader onderzoek en advies naar de kinderorthopedisch chirurg verwezen te worden.

 

Beenlengte verschil

Geringe beenlengteverschillen tot 1cm vallen binnen de fysiologische norm en geven in de regel geen aanleiding tot klachten. In de regel zal men een beenlengte tot 1 á 2 cm niet corrigeren. Mocht hier wel behoefte toe bestaan (omdat men bijvoorbeeld denkt dat beenlengteverschil rugklachten veroorzaakt), dan kan dit gecorrigeerd worden met een inlegzool. Een beenlengte meer dan 1,5 cm wordt gecorrigeerd door middel van een hakverhoging. Als het beenlengteverschil meer dan 2 cm bedraagt (meestal veroorzaakt door groeiremming) gaat het kind hinderlijk mank lopen. U ziet een dansend hoofd tijdens het lopen. Het hoofd komt omhoog tijdens staan op het lange been en gaat omlaag tijdens het staan op het korte been. Normaal speelt pijn geen rol bij een beenverkorting.

 

X- en O-benen

X benen (genu valgum) of O benen (genu varum) komen veel voor. In het merendeel van de gevallen betreft het hier een fysiologische ontwikkeling en zullen de genu vara en valga zich spontaan corrigeren.

 

Hyperlaxe gewrichten

Hyperlaxiteit (hypermobiliteit) van de gewrichten is vaak familiair, zonder onderliggende pathologie. Wel is het zo dat je bij kinderen altijd grotere bewegingsuitslagen vindt dan bij volwassenen. Met behulp van Breighton criteria of de Bulbenamethode kan hyperlaxiteit worden vastgesteld. Veel kinderen zijn gedeeltelijk hypermobiel en hebben bijvoorbeeld alleen in de onderste extremiteiten een hyperlax bindweefsel :een grotere mate van platvoeten, genu recurvatum en subluxatie van de patella. Of dit later aanleiding geeft tot klachten is niet bewezen. Pathologische vormen van laxiteit kunt u zien bij Ehlers-Danlos, daar vindt u ook losse elastische huid, ook het kind met het Downsyndroom is ook zeer lax. Laxiteit ziet u ook bij het Syndroom van Marfan, Syndroom van Larsen, Achondroplasie (dwerggroei).

 

Met de tenen naar buiten of naar binnen lopen.

In het eerste levensjaar kunnen de voeten van kinderen extreem naar buiten gericht staan `toeing-out`op basis van een versterkte exorotatie  (80 à 90 graden) en verminderde endorotatie (10 à 20 graden) van de heupen. Op het moment dat de kinderen gaan lopen, zullen bij de meeste kinderen de voeten 0 tot 20 graden naar buiten gedraaid staan. Sommige kinderen lopen met de tenen naar binnen.

Als kinderen met de tenen naar binnen lopen maken veel ouders zich daar ongerust over. Deze kinderen struikelen vaker dan hun leeftijdsgenootjes. Bij hardlopen slaan ze de onderbenen naar buiten toe. De ouders of verzorgers zijn ongerust vanwege het cosmetische aspect. In de eerste plaats dient bepaald te worden op welk niveau het naar binnen toe lopen van de tenen veroorzaakt wordt. In principe kan de stoornis zich op drie niveaus bevinden en kan worden ingedeeld naar drie hoofdzaken :

  1. Heupen (meestal waargenomen op de leeftijd van vier tot zes jaar)
  2. Onderbenen (meestal gezien op de leeftijd van twee tot vier jaar)
  3. Voeten (hiermee wordt u geconfronteerd vanaf de geboorte tot de leeftijd van twee jaar, met een piek op het moment dat de kinderen gaan staan)

Bij versterkte endorotatie van de heupen treedt in 80% van de gevallen spontaan herstel op.  Is er sprake van endotorsie van de onderbenen dan zal dat zich in verreweg van de meeste gevallen spontaan corrigeren voor het vierde levensjaar. Doet het probleem zich voor in de voeten, hebben we te maken met of :                                                                                                             – een metatarsus adductus waarbij de gehele voorvoet staat geadduceerd (naar binnen      gericht) ten opzichte van de achtervoet en de voetzool plantair (onderzijde) glad is. Als een metatarsus adductus door de onderzoeker passief kan worden gecorrigeerd, dan corrigeert die spontaan.                                                                                                                                                – een metatarsus varus (éénderde klompvoet) waarbij behalve alleen de voorvoet in adductie (naar binnen gericht) staat ten opzichte van de achtervoet. De voorvoet staat ook nog eens in supinatie (rotatie naar buiten), een hoog lengtegewelf en ter hoogte van de voorvoet naar de achtervoet is een diepe huidplooi aanwezig. De metatarsus varus hersteld zich nooit spontaan en dient te worden verwezen.

 

Ziekte van Kõhler-1

  • Voorkeursleeftijd 3-7 jaar voornamelijk bij jongens. In 70% van de gevallen unilateraal.
  • Oorzaak repeterende compressieklachten op het os naviculare.
  • Symptomen : Pijn in de voet , mank lopen zonder dat pijn wordt aangegeven. Soms lopen kinderen op de buitenrand van de voet. Er is meestal lokale drukpijn aanwezig.

 

Ziekte van Freiberg/Köhler-2

  • Voorkeursleeftijd 13 jaar en meestal meisjes. Daarmee de enige osteochondrose die frequenter voorkomt bij meisjes.
  • Oorzaak vasculaire insufficiëntie met als gevolg aseptische necrose. Overbelasting speelt hierin ook een rol.
  • Pijn onder het kopje van de aangedane metatarsale. Lokaal kunne zwellingen, drukpijn en bewegingsbeperking bestaan.

 

Ziekte van Sever-Schintz

  • Meestal klachten tussen de 7 en 12 jaar, voornamelijk bij actieve sportende jongens, maar ook bij meisjes komt het voor. Het is de meest voorkomende vorm van hielpijn bij kinderen.

 

Ziekte van Osgood-Schlatter

  • Klachten ontstaan meestal tussen de 10-15 jaar.
  • Pijn ontstaat bij belasting en vooral bij activiteiten met grote belasting op de pees van de knieschijfaanhechting. Bijvoorbeeld : bij springen, rennen, knielen en traplopen.
  • Klachten verdwijnen meestal in rust.
  • Drukpijn rond de aanhechting van de knieschijf soms met zwelling.

 

Ziekte van Sinding-Larsen-Johansson

  • Pijn in de knie en bij palpatie gelokaliseerd aan de onderzijde van de knieschijf (patella) en of patellapees.
  • Met name bij krachtig aanspannen M. quadriceps en patellapees zoals bij springen, pijnlijk.

 

En het advies voor jonge kinderen zal altijd zijn: als de schoen binnenshuis uit kan, laat de schoen dan uit. De voet wordt dan niet belemmerd in de normale groei. Buitenshuis biedt een schoen bescherming

Veel mensen kunnen een gewricht laten klikken of kraken, vooral in de vingers. Dit is een gevolg van het opwekken van een negatieve druk, waardoor opgeloste stiksof uit de weefsels in het gewricht vaporiseert. Bij babies bestaat er een verhoogde laxiteit van de kruisbanden, waardoor de knieën kunnen klikken. Een klik rond de heup is meestal ook niet pathologisch en zeker niet te verwarren met het fenomeen van Ortolani.